Afgewezen

Ik ben heel onrustig de laatste tijd. Ik was altijd positief en in afwachting van mooie dingen die zouden gebeuren, maar nu ben ik bang. Bang om teruggestuurd te worden naar Afghanistan. Een angst die er altijd al was maar waar ik niet aan toe wilde geven.

Als kind was ik aan de ene kant bang voor de oorlog en de onveilige situatie daar, en aan de andere kant voor de zware reis die we naar Europa moesten afleggen.

Eenmaal in Europa aangekomen was ik was blij dat we de reis hadden overleefd en dat we als familie veilig bij elkaar waren. We hebben samen en vooral dankzij mijn ouders heel veel problemen en uitdagingen doorstaan, in de hoop op een veilig leven en een voorspoedige mooie toekomst in Europa.

Maar toen ik hoorde dat onze asielaanvraag was afgewezen stortte mijn wereld in. De angst sloeg toe en greep me bij de keel.

Ik denk de laatste tijd veel aan mijn land. Het nieuws uit Afghanistan dat ik deze dagen te horen krijg doet me heel veel pijn. Jonge mensen die op scholen en universiteiten omkomen door zelfmoordaanslagen. Ouders die het lievelingsgerecht van hun kinderen klaarmaken en wachten op hun thuiskomst, maar geconfronteerd worden met hun bebloede kleren of het nieuws van hun dood.

Mijn familie noch ik haten ons land. Mijn ouders hadden geen ander keus dan om weg te gaan uit hun land, om mijn broertje en mij te beschermen tegen alle gevaren daar. Zodat ze op een dag niet geconfronteerd zouden worden met het nieuws van onze dood.

Al die mensen die uit Afghanistan naar Europa zijn gevlucht hebben dat gedaan puur om hun kinderen of zichzelf in veiligheid te brengen. In de hoop op een leven zonder oorlog en aanslagen.

Velen hebben hun minderjarige kinderen alleen naar Europa moeten sturen, met alle gevaren van dien. Ze moesten kiezen tussen twee kwaden.

Heel veel van die mensen hebben het niet gehaald. Sommigen kwamen om in de zee en anderen in de bergen tijdens hun vlucht. Het is bijna niet voor te stellen hoe pijnlijk dat allemaal is.

Het raakt me diep om de zien dat de vluchtelingen die het uiteindelijk wel gehaald hebben in een kamp zitten dat is afgezet met prikkeldraad.

Het doet me ongelofelijk pijn om in mijn vaders ogen de angst te zien om te worden teruggestuurd naar het onveilige Afghanistan. En het doet me pijn om te zien dat mijn land een bloedbad is.

Soms denk ik bij mijzelf: komt er ooit een dag dat ik mijn broertje zorgeloos naar school kan vergezellen, of dat ik ooit een sprankje hoop en geluk zal zien in mijn ouders’ ogen?

Ik weet eerlijk gezegd niet hoelang ik nog zoveel pijn en ellende kan verdragen.

Beeld van de Moeder van Klein Azië in Mytilini, geschonken door vluchtelingen die in 1922 naar Lesbos kwamen.

Fragmenten (in Farsi) van onze whatsappgesprekken met Atifa:

روزهایم به آشفتگی میگذرد، همیشه مثبت فکر میکردم و منتظر اتفاقات خوب بودم، همیشه از دیپورت به افغانستان میترسیدم، هم به دلیل جنگ و نا امنی در آنجا هم به دلیل راه دشواریکه برای رسیدن به اروپا طی کرده بودیم، خوشحال بودم که جان سالم از این راه بدر برده بودم و خانواده ام سالم در کنارم هستند و با کمک آنها مشکلات و چالشهای زیادی را طی کردیم به امید داشتن زندگی ای امن و آینده ای روشن در اروپا، اما وقتی شنیدم درخواست پناهندگیمان رد شده است استرس و ترس تمام وجودم را فرا میگیرد، به کشورم افغانستان فکر میکنم، اخباری که این روزها در باره آنجا میشنوم قلبم را به درد می آورد، جوانانی که در مدرسه و دانشگاه انتحاری میشوند، آن طرف خانواده هایشان غذای مورد علاقه ی شان را درست کرده و منتظر فرزند تحصیل کرده اش است اما با لباس خونینشان مواجه میشوند…